Ook verschenen in de Meppeler Courant 1 december 2010:

Voor mijn dochter van twee lijkt het de normaalste zaak van de wereld. Sinds
haar geboorte in januari 2008 heeft ze alleen maar koude en sneeuwrijke
winters meegemaakt. Op weg naar haar derde verjaardag weet ze ook precies
wat er voor die tijd nog allemaal staat te gebeuren: Sinterklaas, de
verjaardag van mama en Kerst. En wanneer de kerstboom weer het huis uit
gaat, dan is Merle bijna jarig. ‘Maar er komt ook eerst nog sneeuw’, weet ze
al te vertellen. Dat ze ook nog wel wat meters op de plaatselijke ijsbaan
zal krabbelen laat ze meestal buiten beschouwing. Want dat is logisch.
Ondertussen werkt Moeder Natuur ook gewoon mee en is het alweer winter
geworden. Met pretoogjes stond Merle maandagmiddag naar de vallende
sneeuwvlokken te kijken. Er lag amper een paar millimeter op straat, maar ze
moest eigenlijk met de slee naar buiten werd mij een aantal keren duidelijk
gemaakt. Die paar millimeter sneeuw was echt nog te weinig om te sleeën.
Maar dankzij de vorst stond ik maandagavond al wel aan de start van de
eerste schaatsmarathon op natuurijs. Dit jaar in Noordlaren. Een
ondergespoten skeelerbaan van 333 meter. Die eerste natuurijswedstrijd
rijden we eigenlijk elke winter wel. Want na een paar nachtvorsten ligt er
al snel de nodige drie centimeter ijs. Waar vele marathoncollega’s nogal
heftige koorts krijgen van temperaturen onder nul en een wedstrijd in
Noordlaren, Veenoord of Haaksbergen, voel ik vaak een beetje weerstand tegen
die gekte. Om eerlijk te zijn vind ik het allemaal wat overdreven. Een paar
centimeter ijs op een ondergespoten skeelerbaan maakt nog lang geen
Elfstedentocht. Een avondje Noordlaren is leuk en aardig. Een soort
kermiskoers tussen Unox mutsen en worsten. Maar niet meer dan dat. Het
gevoel bekruipt me vaak dat dergelijke wedstrijden alleen georganiseerd
worden voor wat publiciteit voor het dorp. Oh het is zo goed voor onze sport
roepen de schaatsers dan. Alle media komen er op af. Maar ik zie alleen
beelden van een huilende ijsmeester en zijn gierwagen. Een dweilorkestje en
een toeschouwer aan de erwtensoep. En laten we eerlijk zijn; rondjes rammen
op een ondergespoten skeelerbaan met een paar centimeter ijs heeft ook niet
zo veel te maken met het echte natuurijsschaatsen.
Het positieve van die eerste natuurijsmarathon is dat het duidelijk is dat
de winter gearriveerd is. Maar echte natuurijsgekte begint toch pas wanneer
er ongeveer tien centimeter ijs in de meren en kanalen ligt. Als ik bij
Roekebosch mijn schaatsen kan onderbinden en van daaruit mijn
trainingsrondjes kan rijden op het Bovenwijde. Dan begin ik langzaam koorts
te krijgen!
Bob de Vries won de marathon in Noordlaren. Hij kwam na een ijzersterke race
solo over de finish. Zelf eindigde ik als 18e. Door vallende collega’s moest
ik even op de rem in de laatste bocht en zo verloor ik een aantal posities
in de uitslag. Maar op het skeelerbaantje van Noordlaren voelde ik mij vrij
goed en reed een scherpe wedstrijd. Nu ben ik wel weer klaar met die
folklore op kleine natuurijsbaantjes. Het is tijd voor het echte werk in
Giethoorn en omgeving.

Plaats een reactie