Auteur Archief

uit De Stentor:

Hij trok dinsdagochtend alle warme sportkleding uit de kast. Lekker weer trainen op de Belterwiede, bijna in zijn achtertuin.  Bij Arjan Smit gaat de adrenaline plots stromen nu het NK marathon op natuurijs voor de deur staat. “Zaterdag reden we in Amsterdam, toen heb ik bij de jongens weinig natuurijskoorts bespeurd. Een paar weken geleden hebben we natuurlijk al een paar marathons gehad, misschien was het nu een beetje weggezakt. Dus ik was een beetje verrast, maar ik voel het nu borrelen. Ik zei het net nog tegen mij vrouw: ik heb nog niet zoveel motivatie gevoeld als nu. Dat is al een heel belangrijk aspect voor de wedstrijd.”

Niet dat de Nijevener zich zo sterk voelt dat hij voor de prijzen mee zal doen. Als skeeleraar reeg hij jarenlang de prijzen aaneen, als marathonschaatser was zijn nationale titel in 2006 zijn grootste succes. Dat was op kunstijs.

“Ik ben geen specialist op natuurijs en heb ook nog geen superseizoen tot nu toe. Een wedstrijd over honderd kilometer kan ik wel aan, maar je moet je dag hebben donderdag.”

Ook verschenen in de Meppeler Courant 1 december 2010:

Voor mijn dochter van twee lijkt het de normaalste zaak van de wereld. Sinds
haar geboorte in januari 2008 heeft ze alleen maar koude en sneeuwrijke
winters meegemaakt. Op weg naar haar derde verjaardag weet ze ook precies
wat er voor die tijd nog allemaal staat te gebeuren: Sinterklaas, de
verjaardag van mama en Kerst. En wanneer de kerstboom weer het huis uit
gaat, dan is Merle bijna jarig. ‘Maar er komt ook eerst nog sneeuw’, weet ze
al te vertellen. Dat ze ook nog wel wat meters op de plaatselijke ijsbaan
zal krabbelen laat ze meestal buiten beschouwing. Want dat is logisch.
Ondertussen werkt Moeder Natuur ook gewoon mee en is het alweer winter
geworden. Met pretoogjes stond Merle maandagmiddag naar de vallende
sneeuwvlokken te kijken. Er lag amper een paar millimeter op straat, maar ze
moest eigenlijk met de slee naar buiten werd mij een aantal keren duidelijk
gemaakt. Die paar millimeter sneeuw was echt nog te weinig om te sleeën.
Maar dankzij de vorst stond ik maandagavond al wel aan de start van de
eerste schaatsmarathon op natuurijs. Dit jaar in Noordlaren. Een
ondergespoten skeelerbaan van 333 meter. Die eerste natuurijswedstrijd
rijden we eigenlijk elke winter wel. Want na een paar nachtvorsten ligt er
al snel de nodige drie centimeter ijs. Waar vele marathoncollega’s nogal
heftige koorts krijgen van temperaturen onder nul en een wedstrijd in
Noordlaren, Veenoord of Haaksbergen, voel ik vaak een beetje weerstand tegen
die gekte. Om eerlijk te zijn vind ik het allemaal wat overdreven. Een paar
centimeter ijs op een ondergespoten skeelerbaan maakt nog lang geen
Elfstedentocht. Een avondje Noordlaren is leuk en aardig. Een soort
kermiskoers tussen Unox mutsen en worsten. Maar niet meer dan dat. Het
gevoel bekruipt me vaak dat dergelijke wedstrijden alleen georganiseerd
worden voor wat publiciteit voor het dorp. Oh het is zo goed voor onze sport
roepen de schaatsers dan. Alle media komen er op af. Maar ik zie alleen
beelden van een huilende ijsmeester en zijn gierwagen. Een dweilorkestje en
een toeschouwer aan de erwtensoep. En laten we eerlijk zijn; rondjes rammen
op een ondergespoten skeelerbaan met een paar centimeter ijs heeft ook niet
zo veel te maken met het echte natuurijsschaatsen.
Het positieve van die eerste natuurijsmarathon is dat het duidelijk is dat
de winter gearriveerd is. Maar echte natuurijsgekte begint toch pas wanneer
er ongeveer tien centimeter ijs in de meren en kanalen ligt. Als ik bij
Roekebosch mijn schaatsen kan onderbinden en van daaruit mijn
trainingsrondjes kan rijden op het Bovenwijde. Dan begin ik langzaam koorts
te krijgen!
Bob de Vries won de marathon in Noordlaren. Hij kwam na een ijzersterke race
solo over de finish. Zelf eindigde ik als 18e. Door vallende collega’s moest
ik even op de rem in de laatste bocht en zo verloor ik een aantal posities
in de uitslag. Maar op het skeelerbaantje van Noordlaren voelde ik mij vrij
goed en reed een scherpe wedstrijd. Nu ben ik wel weer klaar met die
folklore op kleine natuurijsbaantjes. Het is tijd voor het echte werk in
Giethoorn en omgeving.

Broertjes Smit willen elkaar prikkelen

Komende zaterdag staan ze nog niet samen op het ijs. Arjan mist de opening van het seizoen. Maar Arjan en Gerwin Smit zullen dit seizoen in hetzelfde pak hun rondjes draaien.

door Bert-Jan Lukje, De Stentor

De een is aangekomen bij de herfst van zijn loopbaan, de ander staat pas aan het begin. De broers Arjan (32) en Gerwin Smit (23) trekken komend seizoen samen ten strijde in het marathonpeloton.

Afgelopen zomer reden ze op de skeelers voor het eerst in een ploeg. Gerwin reed al wat langer voor deze sponsor. Het bevalt prima, je weet wat je aan elkaar hebt”, legt de oudste van de twee uit. In de zomer was er niet echt een rolverdeling, er werd gewoon keihard gewerkt voor kopman Crispijn Ariëns. Op het ijs heeft BHP Power-play geen echte troef. Het is mooi dat ik in de laatste jaren van mijn loopbaan nog samen met hem in de ploeg zit. Ik wil hem verder gaan helpen, het is niet zo dat hij voor mij moet gaan werken. Het is vooral opboksen tegen de grotere ploegen”, weet Arjan.

Zelf maakte hij deel uit van topploegen als Nefit en DSB, maar ook in het marathonschaatsen heeft de crisis toegeslagen. Wij zijn een lowbudgetploeg met outsiders. Er zijn nu met pijn en moeite weer vijftien ploegen. Alles is geregeld, maar er is amper budget. Bij de topploegen is het budget voor een topper net zo groot als het budget voor onze hele ploeg. Het is heel anders dan vijf jaar geleden. Ik ben vijf jaar prof geweest, nu doe ik er werk als freelance journalist bij. Nu nog vijf jaar prof zijn kan niet meer uit, ik mag niet klagen. Ik heb een mooie tijd gehad en in een goede periode gezeten.” Het toekomstbeeld voor zijn negen jaar jongere broer is dus iets anders. Zo is er dit jaar geen prijzengeld meer, daar hoef je het niet meer voor te doen. Je moet het doen omdat het mooi is en je het leuk vindt. Ik begin net, in voorgaande seizoenen kon ik mooi rondkomen van het prijzengeld”, aldus Gerwin. En hij woont nog bij pappa en mamma, ook een goede sponsor”, lacht Arjan.

Gerwin richt zich komend seizoen vooral op de wedstrijden in Biddinghuizen en het natuurijs. Het doel is om beter te worden. De wedstrijden op natuurijs liggen mij beter. Het moet wel een beetje zwaar worden.” Broer Arjan wil daarbij helpen. Hij moet een traject door, waar ik al ben geweest. Ik sta er nu heel anders in dan tien jaar geleden. Ik kan meer relativeren. Vroeger dacht je dat de wereld verging als jij op zaterdag niet won. Ik kan er ook van leren. We zijn toch broertjes. Het is wel een beetje een spiegel voor mezelf. Het kan mezelf wakker maken.” Samen trainen doen ze dan ook regelmatig. Dan kunnen we elkaar prikkelen”, weet Arjan. Je kan dan soms net wat dieper gaan, net wat harder gaan”, aldus Gerwin.

De jongste telg moet zijn oudere broer zaterdag wel missen bij de seizoenstart in Amsterdam. Oktober was niet de beste maand voor beide broers. Ik ben een paar dagen ziek geweest”, zegt Gerwin. Misschien heeft ie het van mij gekregen. Hier was het hele huis ziek”, legt Arjan uit. De oudste Smit bleef daarna kwakkelen.Keelpijn, ik was aldoor heel moe. Dan was ik na een half uur fietsen al weer thuis. Dat sloeg nergens op, dan kan je beter een paar dagen koest houden. Ik heb vorige week zes dagen helemaal plat gelegen. Het leek er wel op dat het lichaam er drie weken over gedaan heeft om echt ziek te worden.”

Afgelopen weekend dan eindelijk weer eens een skeelerwedstrijd op het programma. En dan maar meteen twee. In de voorbije 7 weken had ik slechts 1 wedstrijd kunnen rijden. Daarom de training maar alvast wat meer afgestemd op de winter en door die keuze ook weinig op skeelers gestaan. Doel voor de laatste wedstrijden was om met de ploeg nog een overwinning te pakken. Dit lukte meteen zaterdagavond in Utrecht. Crispijn pakte de overwinning. Zelf kon ik ook goed meedoen in de kopgroep en met een goed gevoel naar huis terug.

De wedstrijd van zondag in Eindhoven was een ander verhaal. Het regende en het parcours was spekglad. De regenwedstrijden van dit jaar waren een drama voor mij. Mijn regentechniek lijkt te zijn verdwenen. Zo ook in Eindhoven. Er zat niet meer in dan harken en in het peloton blijven.

Aanstaande zaterdag de laatste wedstrijd voor 2010: de Brandaris Classic op Terschelling!

Weinig wedstrijden op de skeelerkalender en een snel naderende winter. De trainingen zijn de laatste weken dan ook op het marathonschaatsen gericht. Een mooie gelegenheid ook om eens wat nieuws te proberen. Een wielerkoers is dat nieuwe! Afgelopen zondag reed ik mijn 3e koers. Het is allemaal nog wat onwennig. Een wielerpeloton is net even weer wat anders dan een peloton skeeleraars of schaatsers. Dus het is vooral een beetje de kat uit boom kijken en wat vertrouwen krijgen. Betekent wel dat ik net iets sneller aan de remmen zit dan de collega’s. En dus zit je zo weer achterin het peloton te fietsen. Vervolgens valt het niet mee om door het peloton weer snel voorin te komen.

Zondag in Noordbroek kon ik met 15km te gaan toch een mooie ontsnapping op touw zetten. In een groep van 4 was het volle bak rijden om het peloton voor te blijven. De voorsprong was nooit geruststellend, maar met een medevluchter wist ik toch uit de greep van de grote groep te blijven. Het sprintje vervolgens ging me wel goed af. En dus staat er zowaar een wielerkoers op mijn naam!

De skeelertrainingen hebben wel op een lager pitje gestaan. Wat dit gaat opleveren in de laatste wedstrijden zullen we komend weekeinde in Utrecht en Eindhoven wel ontdekken. Op 18 september wordt de laatste skeelerwedstrijd gereden. Een uniek evenement op Terschelling. Op een selectief parcours zal de wedstrijd over een afstand van 60km gaan.